
Mijn grootvader las nooit voor... hij vertelde! Drie dingen in dit verband zijn mij bijgebleven. Allereerst een verhaal over hem toen hij voor een examen een preek moest houden. Deze preek moest hij van te voren opschrijven. Toen, tijdens deze preek, iemand de kerk in kwam, woei tot ontzetting van de examen commissie, door de tocht van de open deur, de losbladige preek de kerk in. De commissieleden raapten de blaadjes snel op en gaven deze weer aan mijn grootvader. Deze nam ze in ontvangst en legde ze op een keurig stapeltje terzijde. Toen iedereen weer op zijn plaats zat, vervolgde hij zijn preek alsof er niets gebeurd was: ondanks het verzoek tot opschrijven en vanaf het papier te preken, preekte hij uit zijn hoofd. Door uit je hoofd te vertellen, had je meer aandacht voor je toehoorders. Dit vertellen was zo belangrijk voor hem, dat, toen hij in 1927 in Aalsmeer de Westhill-zondagsschool oprichtte, hij ervoor zorgde dat de verhalen voor de kinderen ook werkelijk verteld werden (spieken door de verteller, mocht heus wel), maar alle aan dacht bleef voor de kinderen. Het waren niet alleen godsdienstige verhalen die hij vertelde. Als mijn zus en ik bij hem logeerden, konden wij een onderwerp noemen en dan pakte hij zijn "Platen-encyclopedie", een verzameling van tijdschriftartike len uit Paris Match, Life en dergelijke met veel foto's, en vertelde hij over vulkanen, vliegtuigen of bergen en luisterden wij ademloos. Tot slot, wat onbeschrijfelijk veel indruk heeft gemaakt, niet alleen op mij maar ook op mijn klasgenootjes van de lagere school, waren mijn verjaardagspartijtjes. Mijn grootvader kwam dan altijd een verhaal vertellen. Voor mijn achtste verjaardag hadden mijn ouders een cowboy- en indianenfeest bedacht. Iedereen kwam verkleed als cowboy of indiaan. In de achterkamer was een touw gespannen met daaroverheen wat doeken zodat het een tent leek. Aan het hoofd van de kring met cowboys en indianen zat mijn grootvader met indianentooi en vertelde weer een verhaal. Een verhaal dat hij op een ander verjaardagspartijtje vertelde, ging over een man die als koorddanser boven de Niagara-watervallen overstak naar het eiland midden in de rivier. Op de vraag hoe hij dat had gedaan, wees hij naar de ster die hij op de rots had laten schilderen. Zulke verhalen vertelde mijn grootvader, de verteller. Robert Reutlinger,, kleinzoon van Rudolf Christiaan de Lange (1891-1963)