
Ik werd nog meer geprikkeld door een heel mooi boekwerk, maar volgens mij met een volledig verkeerde titel welke ik van mijn neef Pieter de Lange cadeau kreeg. Het boek handelt over de herrijzenis van een Zaans patriciërspand, en is genaamd Villa Rote. Wat blijkt nou, dit schitterende pand werd indertijd afgebroken omdat de houtfirma waarvan de naam van Rot inmiddels in Rote veranderd was ruimte nodig had en het pand wilde slopen. Echter oplettende mensen trokken aan de bel en voorkwamen dat de Villa zomaar verdween.

Waarom is deze Villa nou voor onze familiekrant van belang ? Welnu vanaf 1789 tot 1918 is dit bijzondere bouwwerk in onze familie geweest. Dus bijna 130 jaar. Terwijl de familie Rot(e) het van 1918 - 1970 in hun bezit had, slechts 52 jaar waarvan zij het slechts enkele jaren zelf bewoond hebben. Toch wordt het Villa Rote genoemd, begrijpt U nu mijn minderwaardigheidscomplex ?
Ik ga u nu een samenvatting van het boekwerk geven, wat naar mijn mening " Het koopmanshuis de Lange" had moeten heten. Het boekwerk zelf behandeld in detail de geschiedenis en is heel goed geschreven door Rob van den Dobbelsteen en uitgegeven door de huidige bewoners de familie Kuijt.
Het boek handelt eigenlijk over hoe het huis via procedures en acties vóór en tegen de herbouw uiteindelijk toch weer verrezen is.
Het huis werd in 1729 door Cornelis Gerritz Blaauw (1683-1755) gebouwd. Het huis werd van steen ge bouwd, wat in de Zaanstreek in die tijd een hoge uitzondering was.. Op het slappe veen werd voornamelijk met hout gebouwd. Dit was natuurlijk aan de Zaan ook veel gemakkelijker te verkrijgen.
Eigenlijk zou het huis er nog veel mooier uitgezien hebben, omdat er een tweede verdieping op geprojecteerd was, echter het pand werd door de bliksem getroffen en brandde voor een deel af.
Cornelis Gerritz. Blaauw zag de inslag waarschijnlijk als een teken van boven. Kon hij niet beter met de beide benen op de grond blijven staan ? Daarom is het maar tot een enkele verdieping gebleven. Dat Conelis Gerritz Blaauw godvrezend was blijkt tevens uit de spreuk met een uit Psalm 127 Vers 1 gehaalde tekst op de gevelsteen :

Hoe lang Cornelis Gerritz. Blaauw indertijd van zijn patriciërshuis heeft kunnen genieten is niet exact bekend, maar men vermoedt dat hij er tot aan zijn dood in 1755 in gewoond heeft. Zeker is dat zijn zoon Ger rit Cornelisz. Blaauw de woning tot aan 1778 heeft bewoond, waar na het via de kinderen van zijn zuster ( Schots en Dekker) in 1789 terecht kwam bij de schoonzoon van Dekker, onze Adriaan de Lange. Het huis blijft dan tot 1918 eigendom van de familie en wordt aan de bovenvermelde Pieter Rot verkocht. Pieter Rot heeft er zelf nooit in gewoond, wel diende het enige tijd als onderkomen van de actrice Tilly Perrin-Bouwmeester, waarna de zoon van Pieter Rot, Cor, er tot ca. 1924 in gewoond heeft. Daarna heeft het pand, terwijl Pieter Rot eigenaar bleef, verschillende bestemmingen gehad. Toen de nakomelingen van Pieter Rot, die een hekel aan hun naam hadden, omdat hun houthandel geassocieerd werd met Rot hout, besloten hun naam te veranderen in Rote, werd de naam van het koopmans huis het Witte Huis van Rote of kortweg Villa Rote. Op een gegeven moment vormde de Villa een sta in de weg voor de alsmaar uitbreidende houthandel. het alternatief was eenvoudig, de villa moest worden gesloopt.
Gelukkig schreef het hoofd van de afdeling restauratie bij de rijksdienst voor de monumentenzorg, Ir. R. Meischke, de gemeente op tijd, 22 juni 1962, een brief en voorkwam hiermede onmiddellijke en definitieve sloop van deze villa met zijn voor Westzaan grote historische en culturele waarde.
Dat het pand deze historische en culturele waarde had bleek o.a. uit een door J.J.W.E. van Agt geschreven artikel in de Geïllustreerde Beschrijving van Waterland en Omgeving waarin het pand uitdrukkelijk vernoemd werd met de onderstaande tekst :
Overtoom 56. Gepleisterd bakstenen herenhuis, begin achttiende eeuw (1729) van één verdieping onder een hoog schilddak, gelegen achter een vaart en slechts via een hoge lange houten brug van de dijk af te bereiken. De voorgevel bestaat uit een middenrisaliet (een vooruitspringend deel van de gevel) van twee verdiepingen, eindigend in een Lodewijk XIV halsgevel en lage, recht afgedekte zijtraveeën (delen van de gevel die gelijk zijn aan elkaar).'
'De natuurstenen klauwstukken van de halsgevel stellen twee allegorische figuren voor, mogelijk de Dag en de Nacht. Onder de getoogde topafdekking Mercurius op zijn zegewagen. Tussen het zoldervenster en de pilaster (vierkante platte zuil die iets uit de gevel naar voren springt) omlijsting van de ingang bevindt zich een zonnewijzersteen in Lodewijk XIV-stijl, met als opschrift vers 1 van psalm 127, er onder ANNO 1729.'
'De gesneden deur en het snijraam zijn uitgevoerd in Lodewijk XIV-stijl. De kroon lijst van de zijtraveeën rust boven de hoeklisenen (soort pilaster) op gesneden Lodewijk XIV consoles. In de westelijke gevel een tweetal venstertjes in een ge beeld houwde omlijsting van natuursteen. Aan de achterzijde is het huis in de recente tijd uitgebreid. De tot aan de achterzijde van het huis doorlopende gang is betimmerd met eiken paneelwerk, helaas door een dikke verflaag ontsierd. De beide voorkamers hebben dezelfde soort wandbekle ding en balkenplafonds. In de linkerkamer bovendien een zogenaamde smuiger.'
In eerste instantie zou de villa steen voor steen afgebroken worden en vervolgens door de gemeente Westzaan weer opgebouwd worden. Helaas zo als dat wel vaker het geval is was er geen geld voor een eventuele directe opbouw. Er werd daarom besloten tot opslag van het pand.
Totdat halverwege de jaren zeventig de aannemer Cees Kuijt besloot de villa te herbouwen. Van zijn ouders had hij een stuk grond bij de Gouw in Westzaan gekregen. Een plek waar water en weiden zo ver het oog reikte, op een kilometer afstand van de lintbebouwing van Westzaan, zou de perfecte plek zijn voor de villa. Hij hoopte dat het pand er binnen drie jaar zou staan, dit bleek echter een misrekening, het zou 15 jaar duren.

Wat zat er eigenlijk mee bij deze wederopbouw. Zo bleek het zorgvuldig gedemonteerde huis al lang niet meer volledig. Veel onderdelen bleken niet meer te gebruiken zijn, ze waren verrot, opgevreten door hout worm en soms gebroken. Bovendien en dat was noch de grootste tegenslag, bleek niet iedereen even ingeno men met de herbouw van het oude koop mans huis.
Uiteindelijk lukte het Cees Kuijt om de nodige vergunningen te krijgen en de herbouw / restauratie kon 1 maart 1987 beginnen. Eind 1990 was de herbouw eindelijk gereed. De herrijzenis van een Zaans patricië rspand, het oude koopmanshuis "de Lange", de nieuwe Villa Kuijt, is mag ik wel zeggen een juweeltje om te zien.
|